Varen in het Verre Oosten - "Verhalen op Zee 1 t/m 7"

Door: H. van Twillert
Online bewerking: R. van Twillert


Hoofdstukken
1.Voorwoord / voorgeschiedenis 2. De keuze voor het ruime sop 3. Verhalen op Zee - 1 t/m 7
4. Verhalen op Zee 8 t/m 14 5. verhalen op Zee 15 t/m 21 6. foto's, links & bronnen

1.Het scheepsleven.
Vanaf heden was dit schip voorlopig m’n werk -, eet-, ontspannings-, en slaapplek. Tijdens de sociale uurtjes, alle vrije tijd dus, werd er onder het genot van een drankje niet enkel gepraat over het werk maar ook over thuis en….wanneer men met verlof ging.
De een moest nog maar 2 maanden, de ander nog 4, weer een ander zelfs 5 maanden. Zo was iedereen voortdurend bezig met aftellen wat voor mij voorlopig geen zin had met nog 24 maanden te gaan ! Vraagt de 4e WTK aan me of ik getrouwd of verloofd was... Toen ik zei: verloofd, schatte hij dat in op nog 2 a 3 maanden te gaan; dat was zijn ervaring, helaas...
Van dat soort verhalen werd je niet echt vrolijk.
Verkeringen en verlovingen werden verbroken: dan werd er wat extra gedronken, en soms weer hersteld: was er weer een feestje. Och zo was er altijd wel wat aan de hand met het thuisfront. Gelukkig leefde iedereen met elkaar mee. Je zat de hele dag op elkaars lip, waardoor je de verschillende karakters aardig leerde kennen en, heel belangrijk, accepteren.
Tja, waar gingen de gesprekken nog meer over? Over de dol komische belevenissen opgedaan tijdens de vele avonden en nachten 'stappen' . Moest je toevallig aan boord blijven, vanwege havenwacht, werd de volgende dag in geuren en kleuren verslag gedaan, van wat men die avond beleefd had. En natuurlijk heel veel over het werk in de machinekamer, waar je letterlijk en figuurlijk, bovenop zat. Ik heb zelfs een Hwtk meegemaakt die het verantwoord vond indien er na afloop van het werk, overwerk geschreven werd als er serieus over het werk werd gesproken. Er was een tijdslimiet aan verbonden, n.l. 3 biertjes, anders liep het uit de hand.
Verder gingen de gesprekken over alles en nog veel meer wat binnen onze horizon viel, die overigens wel elke dag 1000 km verder kwam te liggen. Waar het, om maar eens wat te noemen, niet over ging, was over ziek zijn en thuis blijven. Dat kwam nooit voor, ook niet op maandagochtend! Het was vaak elke dag “maandagochtend”.
Het zal de lezer inmiddels voldoende duidelijk zijn dat de eerste uitzendtermijn 2 jaar bedroeg.
Tijdens het daarop volgende verlof zijn we getrouwd, waarna de uitzendtermijn telkens “slechts” een ½ jaar duurde.

2. Aan boord van een schip was je nooit ziek!
Raar hé? Tijdens die eerste twee jaar op zee, nooit ziek. Na die twee jaar, had ik 6 maanden verlof opgebouwd. Tel daar nog eens 6 maanden studieverlof bij op, waardoor ik een jaar thuis was. In dat jaar zijn we getrouwd, waarna de uitzendtermijn slechts 6 maanden werd. Daarna in die telkens zes maanden dito: zelf en collega’s nooit ziek. Dit zat voor groot deel tussen de oren.

Uitzonderingen daargelaten;zo heb ik in Ivoorkust malaria gehad waardoor ik bijna een hele week niet kon werken !.Zou het te maken hebben gehad met de “gezonde zeelucht” of met het gegeven dat men zich aan boord niet kon verstoppen (zoals thuis blijven van je werk en je door je vrouw ziek laten melden ) en niet aan hoefde te komen met aanstelleritis ?

Zeeziek dan ?
Persoonlijk weinig last van gehad;wel een katterig gevoel tijdens slecht weer, zware stormen of typhonen. Ook dat soort narigheid maakten we regelmatig mee. De Chinese bemanning werd dan stil, en stak wierookstokjes aan waardoor er een onheilspellende sfeer ontstond aan boord. Bang? Als je op wacht moest beneden in de machinekamer, 7 meter onder water, dan was het wel even slikken.
Vooral als het schip zwaar slagzij maakte, lang op een kant bleef liggen, dan tergend langzaam overeind kwam om vervolgens de andere kant op te vallen en daar weer angstig lang, ”erg” schuin in het water bleef liggen.
Toch had je, beneden in de machine –kamer, het minst last van een slingerend en stampend schip, omdat zich daar het draaipunt bevindt. Ik vond het fantastisch om na afloop van de wacht naar de brug te gaan om te zien hoe het gehele voorschip telkens in de golven verdween en als een onderzeeër weer boven water kwam. Schitterend !!

3. Enge gedachten.
Na afloop van de wacht moest je naar het achterschip om daar de stuurmachinekamer te controleren. Vooral ‘nachts om 4 uur is dat een merkwaardige onderneming: heel alleen, zonder telefoon, ook bij slecht weer, midden op de oceaan, in het pikkedonker naar het achterschip! Nu, jaren later realiseer je je de gevaren; je zal maar overboord slaan of ruzie met een van de bemanning hebben.
Na controle van de stuurmachines ging je douchen, waarna samen met de stuurman van wacht, een pilsje gedronken werd. Het zou op z’n vroegst 0 4.30 uur zijn voordat men je zou missen.
Grappig was het bezoek aan de stuurmachinekamer bij zware zeegang. Het achterschip kan wel meer dan 7 mtr.op en neer dansen.Wanneer je op het juiste moment de 2 ½ mtr. diepe trap afsprong, (niet te laat of te vroeg: anders kon je je benen breken) stond je gelijk beneden en andersom, stond je met een klein hupje ineens boven aan de trap.

4. Tropische nachten.
Volle maan, kalme zee, behaaglijk temperatuurtje, en dan die oneindige plas oceaanwater die je scheidt van de bewoonde wereld. Daar sta je dan op het achterschip na afloop van de wacht, alleen met je gedachten, terwijl het schip al puffend en glijdend op de deining naar de volgende haven koerst: Rio, Bali of Sjanghai. (wat Freddy Quin zong, was voor mij werkelijkheid).
Enerzijds genietend van de wijdsheid van de zee en de nietigheid van een schip en z’n bemanning, anderzijds het eenzame gevoel daar te staan filosoferen en denken aan thuis. Met een diepe zucht, liep je terug naar je hut met het goede gevoel dat het schip met een rotgang opweg was naar de volgende haven, hetgeen post betekende; teken van leven thuis.

5. Zwemmen in zeewater van slechts 28oC, een koude bedoeling.
De meeste schepen bij de KJCPL hadden een zwembad aan dek. Na afloop van de wacht nam je een “duik”in het warme water van de Indische Oceaan. Ondanks die 31oC, toch verfrissend, immers de buitenluchttemperatuur lag rond de 40oC.(route Singapore------Kaapstad)
Na een paar dagen “s middags gepoedeld te hebben, stond ik de volgende dag in m´n zwembroek met een badhanddoek om m’n lijf, te huiveren van de kou. Toch even het water in, waar ik heel rap weer uitvloog en me rillend van de kou snel afdroogde en aankleedde. WAT was het geval:het zeewater had die dag een temp. van amper 29 oC en er stond een frisse bries. Bij zo’n temperatuurdaling is zwemmen onverantwoord.


6.Vast in het ijs (Gele Zee)
Ondanks dat we meestal in tropisch warmwater voeren, kreeg je een enkele keer met winters weer te maken; bv in het noorden van China. Zo nam ik tijdens de hondenwacht even een kijkje aan dek. Zie ik volop ijsschotsen voorbij drijven. Een uur later kijk ik weer even naar buiten en merk ik tot m’n verbazing dat het schip stil ligt, met de motor volop draaiend volle kracht vooruit!
Ik bel de 2e stuurman op de brug en vraag of hij ook ziet wat ik zie? Nou, nee dus. Hij had zoveel ijs voorbij zien komen in het donker, dat ie ‘’ijsblind’’ was geworden, en het hem daardoor niet was opgevallen dat de gang van het schip er helemaal uit was. Door daarna telkens een 500m achteruit te varen, en vervolgens volle kracht vooruit, schoven we elke keer -+ 3mijl verder door het ijsveld. Diezelfde dag arriveerden we op de ankerplaats van Tientsin, waar we 3 weken vast in het ijs hebben gelegen.

7. IJspret op de bevroren Noordelijke Chinese Zee.
Gelukkig was er voor die drie weken meer dan voldoende drank aan boord. Of dat de reden was, wie zal het zeggen, maar 2eWtk.Willem Spiering en ik, besloten het schip te verlaten voor een wandeltochtje op het ijs. Hoe diep het er was, vonden we niet zo interessant, wel de ijsdikte. Via een touwladder lieten we ons op het ijs zakken, dat zelfs geen krimp gaf onder het gewicht van Willem, bij wie vergeleken, mijn gewicht geen rol speelde. Het was een sensatie om daar te staan, een jongensavontuur. Waaghalzerij? Viel mee; we hadden ladders en touwen meegenomen en de achterblijvers beloofd met koffietijd terug te zijn van het “spiering “vangen op de Gele Zee. In de RIL-post van april 1975 staat een foto van dit gebeuren. Vermeld is wie het ijs op gaat, niet wie de foto maakte en dus reeds op het ijs stond.


< vorige volgende >


Bezoek ook Neoweb.nl het discussie forum over tal van technologische ontwikkelingen

(c) 1999-2007 Terra-IT.com. Alle rechten voorbehouden