|
15. De kompassleutel.
Wie denkt dat een kompassleuteltje past in een nagelknip-etuitje, zit er mooi naast.
Twee leerling stuurlieden kregen van de 1e stuurman opdracht om het kompas af te stellen met de kompassleutel. Op de vraag waar ze die sleutel konden vinden, werd het hen kwalijk genomen dat ze dat niet wisten. Immers, dat was hen op de zeevaartschool echt wel geleerd. De kompassleutel, zo werd de twee verteld, bevond zich in de schroefastunnel. Aan het eind van die tunnel, daar waar de schroefas naar buiten gaat, hangt een grote ringsleutel met een gewicht van ca. 250 kg. Met kettingtakels (ze kregen af en toe best wel een goeie tip ) werd de sleutel eerst maar eens door de lange schroefastunnel (+-40m ) naar de machine kamer getakeld.
De twee klaarden die klus binnen 3 dagen. Vervolgens moest de sleutel via een aantal bordessen, zo’n 15m omhoog getakeld worden, en dan was men nog steeds niet op de brug van het schip. Voor alle duidelijkheid: het kompas staat op de brug !
Na een week zweten aan hun kant, en gegniffel aan onze kant, werd de operatie afgeblazen. a)vanwege de temperatuur van 40 oC, waarbij voor hun beider leven werd gevreesd. b) het geintje werd wat saai. c) de leerlingen konden de tijd nuttiger doorbrengen en d) gelukkig de toenemende twijfel bij de leerlingen zelf.
De ringsleutel had een diameter van rond 40cm, paste met gemak over de gehele kompasopstelling, maar diende uiteraard voor een nogal wat zwaardere toepassing.
16. Rio de Janeiro
Een van de mooiste lijndiensten was die tussen Japan, via Hong Kong, Singapore en Zuid Afrika naar Zuid Amerika. Deze reis duurde slechts 3 maanden, dan was je weer terug in Japan.Je voer bijna de wereld rond, maakte allerlei culturen mee, kwam in de fraaiste wereldsteden en op de mooiste eilanden.
Zuid Amerika sprak toch wel het meest tot de verbeelding.Na vertrek uit Kaapstad, arriveerde je na 4 a 5 dagen in Buenos Aires waarna Montevideo, Santos en tenslotte Rio de Janeiro volgden.
Brazilie, een land met zwoele temperaturen en temperamentvolle inwoners. Bij Rio ligt het beroemde witte zandstrand Copacabana waarop de bad “dress-code “in overeenstemming was met de kleur van het zand en de temperatuur. Het leek wel alsof er schaarste heerste aan badstof. Als je op het strand lag, was het net alsof je naar exotische filmopnames keek: witte stranden, witte bikini’s en de rest van de Braziliaanse jetset.Keek je per ongeluk even de andere kant op, zag je hoog boven de stad het Christus-beeld. Dit beeld, op750m hoogte, staat met z’n armen “ zegenend “over de modaine stad met de vele hotels, restaurants, barren, kroegen en night-clubs.
Het 35m hoge beeld is bereikbaar per taxi via de sloppenwijken aan de achterkant van deze miljoenen-stad.
Zeer contrast-rijk; het lijkt alsof de zegenende handen de arme wijken niet bereiken. Het beeld zou eens 180 graden gedraaid moeten worden.
17. De “Checkers Nightclub” in Yokohama.
Deze club werd door veel Hollanders bezocht zodra ze in de buurt waren. A.Geesink bracht er tijdens elke reis naar Japan steevast een bezoek.
Niet zo heel vreemd, immers de eigenaar van de club was een bekend judoleraar aan de Kodokan (zeg maar judotempel) in Tokio en gaf o.a. les aan buitenlanders.
Z’n vrouw, de mamasan, runde de bar. Terwijl ik havenwacht had, maakten collega’s een afspraak met de papasan, zodat ik de volgende dag mee kon naar Tokio om daar wat te judoën met Australiërs en Canadezen.
Ik ontmoette er ook dhr. Bontje, een bekend judoleraar uit Den Haag, die voor een jaar naar Japan was vertrokken om er de fijne kneepjes te leren. Het bijzondere van dit verhaal was, dat Bontje niets af wist van de “Checkers”, omdat hij als “leerling” in eerste instantie z’n plaats moest weten.
Prive en zakelijk dienden gescheiden te blijven. Ik vermoed dat het later wel in orde is gekomen. Voor mij was het bezoek aan Tokio een leuk verzetje tijdens een verblijf van 6 maanden op een schip.
18.Canned fresh air.
We blijven nog even in Japan. Zodra er weinig wind staat, komt boven heel Japan een flinke deken van smog te hangen. Boven die deken is de lucht wat schoner. Tijdens een verblijf in Osaka? hebben we met een deel van de bemanning een trip, per taxi, gemaakt tot halverwege de hoogste berg (3.800m) in Japan, de Mount Fuji.
Daarna toch zeker een 200m verder omhoog geklommen in de ijle, maar wel ”frisse” lucht tot ver boven de smog grens en tot aan de sneeuwgrens. Vanwege gebrek aan tijd (zeker nog 5 uur klimmen) en aan juiste kleding en schoenen, konden we de top helaas niet bereiken. Terug dan maar naar het basis kamp, naar de taxi die pal naast de souvenir winkel stond geparkeerd. Welnu, daar in dat winkeltje stonden blikken met (frisse) lucht te koop: canned fresh air! Grappig, en om over na te denken. Een blik gekocht? Nee.... Beetje spijt? Ja
19.Het starten van 14.000 paardekrachten. ( Str. Futami. )
Als leerling machinist keek ik vol bewondering naar de 4e, 3e of 2e
Machinist wanneer een van hen tijdens manoeuvreren tig keer de hoofdmotor startte. Dan dacht ik wat een machtig gevoel moet het geven als je 14.000 pk met de hand in gang mag zetten. Dat gebeurde door met het brandstof-handle eerst de motor met lucht (30 atmosfeer druk) langzaam in beweging te zetten om vervolgens een dot brandstof te geven, waardoor het gewenste toerental werd bereikt. (bijv. halve kracht vooruit. ) Het starten moest met enig “gevoel” geschieden, dus met zo weinig mogelijk lucht.
Vooral indien er tijdens het manoeuvreren veel starts nodig zijn, kan er gebrek aan startlucht ontstaan. Tijdens m’n laatste reis op de Str. Futami, wanneer ik zelf stond te manoeuvreren, moest ik nog weleens terugdenken aan die leerlingentijd.
20 Klein wereldje.
Tijdens een van m’n laatste reizen op de Straat Futami, kwam er in Hong Kong een filmploeg aan boord, bestaande uit camera-man Ed van Kan en geluidstechnicus Wil Vos, om opnamens te maken voor een promotie-film. Tijdens de maaltijden mochten ze bij de kaptein aan tafel zitten.
De gezagsverhoudingen lapten ze aan hun laars en veroorloofden zich artistieke vrijheden door op kunstzinnige wijze, met lege bierblikjes te gooien. Dolle pret tijdens het avondeten; zelfs de chinese bediendes hadden lol, zo leek het. In gesprekken aan de bar, bleek Wil of Willem Vos twee vriendinnen te kennen uit Spakenburg welke hij ontmoet had tijdens feestjes op een botter in de haven.
En, jawel, laten dat toevallig twee nichtjes van me zijn. Deze ontboezemingen werden gedaan op volle zee tussen Hong Kong en Japan. Vraag blijft of deze Vos dezelfde is als de scheepsbouwer van de Batavia in Lelystad, gezien z’n affectie met (houten) botters en de zee in het algemeen.
De promotie-film is op diverse scholen vertoond, in elk geval op de Mavo in Spakenburg.
Zou deze film nog ergens zwerven? Wellicht komt de Vereniging van oud personeel der Koninklijke Java-China- Paketvaart Lijnen nog eens op het spoor van deze opnames. De opnames vonden plaats in 1974, a/b van de Straat Futami.
21. Wat het “stoppen met varen”kost.
Bij de koopvaardij kun je na de Zeevaartschool, de diploma’s A, B en C behalen. Daarvoor moet je telkens twee jaar vaartijd hebben; verlof telt niet mee. Welnu, het enige, maar dan ook enige voordeel dat ik had aan die twee jaar varen zonder onderbreking was, dat ik meteen naar school kon voor het diploma A-scheepswerktuigkundige. Ik ging daarvoor naar Utrecht. (Jutfase weg)
De studieregeling bij de KJCPL was zo, dat je de studiemaanden doorbetaald kreeg en wanneer je binnen (ik meen 6 maanden) slaagde voor het diploma, er nog een bonus volgde van 2 maanden. Maarrr…
zodra met varen gestopt werd, moesten er 6+2 maanden terugbetaald worden. Ditzelfde verhaal herhaalde zich voor het volgende diploma (B). De studieschuld was inmiddels aardig opgelopen. Laat ik nou geplaatst worden op de Straat Futami, het schip waarop ik ooit was begonnen.
Na die 6 maanden ging ik met enige weemoed van boord in Yokohama en vloog vandaar voor de laatste keer met verlof. Daarmee was deze cirkel weer rond; een goed moment om te stoppen.
Per 1 januari 1975 nam ik ontslag. Er moest overigens wel f.9.800, - terugbetaald worden. Voor die tijd toch een aanzienlijk bedrag!
Het cirkeltje, dat van die botters, is inmiddels ook bijna rond.
Tot zover wat belevenissen uit m’n zeevaartperiode, welke ik opdraag aan m’n vrouw Janny die gedurende al die jaren zoveel geduld moest opbrengen, en aan de kindren Harold (die z’n pa telkens 6 maanden moest missen), Tim (die ruim 3 maanden oud was toen z’n pa met verlof thuis kwam) en Robert (die dankzij z’n IT-kennis en geduld, ten alle tijden aan mijn 'site' stond).
Tot zover de verhalen op Zee.. .Dan volgen nu nog wat losse foto's van schepen, wat links etc.
|