Varen in het Verre Oosten - "Voorwoord / Voorgeschiedenis"

Door: H. van Twillert
Online bewerking: R. van Twillert


Hoofdstukken
1.Voorwoord / voorgeschiedenis 2. De keuze voor het ruime sop 3. Verhalen op Zee - 1 t/m 7
4. Verhalen op Zee 8 t/m 14 5. Verhalen op Zee 15 t/m 21 6. foto's, links & bronnen

Voorwoord
Sinds ik ben toegetreden tot het leger der ' vutters', ontstaat er een groeiende behoefte om terug te kijken op de jaren die achter me liggen. Onwillekeurig gaan de gedachten uit naar die periode in mijn leven die nogal indruk heeft gemaakt. Dat is de tijd die ik op zee heb doorgebracht.
Tijdens het internetten, ontstond het idee om over die jaren wat herinneringen vast te leggen. Voordat ik naar zee kon, moest ik eerst 2 jaar naar de zeevaartschool in Vlissingen. Daarna 'mocht' ik, om te beginnen, voor 2 jaar weg uit Nederland om te gaan varen bij de Koninklijke Java China Pakketvaart Lijnen, kortweg de KJCPL.
Aanleiding om dit verhaal op een site te zetten, was de website van neef Herman van Twillert. Een site waaraan famillie van Twillert een bijdrage kan leveren. Ik hoop dat niet alleen de famillie van Twillert deze bijdrage de moeite waard vindt.

Waarom een dorpeling kiest voor de koopvaardij?
Zoektocht naar omstandigheden die misschien een rol hebben gespeeld in een beslist niet alledaagse keus. Overigens was ik niet de enige in dorp die ging “varen”.Een handjevol dorpelingen waren mij reeds voorgegaan.

Woonachtig aan de Westdijk van het IJsselmeer in Spakenburg , keek ik vanuit m’n slaapkamerraam naar links richting Huizen, rechts richting Nijkerk en Harderwijk,en recht vooruit water , water en nog eens water.Tot aan de horizon. Daarachter het onbekende , maar ook het boeiende , avontuurlijke en spannende. Voor mij als jochie was het IJsselmeer 'de Zee'. Vanaf m'n 10e was ik met vriendjes praktisch elke dag aan de waterkant te vinden, waar we vlotten bouwden, waarmee scheepvaartje gespeeld werd en waarmee af en toe ook schipbreuk geleden werd. Op die “zee” zag ik voornamelijk vissersschepen (botters en kotters) varen, waarvoor ik toen weinig belangstelling had . Behalve wanneer de botters ‘s zomers de haven uitvoeren en we (de zwemmende jeugd van Spakenburg ) om een touwtje vroegen om je dan lekker te laten meeslepen .Misschien wel aardig om te weten: Niemand van de zwemmende jeugd had een zwemdiploma; je kon pas zwemmen na, 'tig' keer”, honderd meter langs de “gurring” te hebben gezwommen,en daarna de amper 15 mtr. brede haven over durfde zwemmen. Ik was toen 10 / 11 jaar. In m’n jeugd had ik meer belangstelling voor de baggermolen met bijbehorende sleepbootjes en prutbakken ,die eens in de 2 jaar de haven kwam uitbaggeren. Dat baggeren vond ik hoogst interessant. Kreeg er later echt mee te maken .

Wat een aantal jaren later (op m’n 16e/17e) een duidelijk een rol heeft gespeeld in m’n keus om te gaan varen, en de bijbehorende studie te volgen, waren de sterke verhalen van een scheepsmachinist die bevriend was met m’n oudere broer (Tijmen).

Hij vertelde vaak over bouten en moeren ,scheepsmotoren , machinekamers en vele andere,voor mij, boeiende verhalen over het varen.Er speelde meer .Rond m’n 18e was ik werkzaam als ass. landmeter bij de Heidemaatschappij. Leuk werk in de buitenlucht , op jonge leeftijd telkens 5 hele dagen en nachten van huis .Met een aantal collega’s waren we ondergebracht in een gezellig cafe in het plaatsje Hem (N.H). De kost werd vergoed,de drank niet. Ik volgde toen een schriftelijke cursus Waterbouw welke onder bovengenoemde omstandigheden volledig in het water viel.

Bovendien volgde ik ook nog een cursus judo, waarin betere resultaten werden behaald.
Kortom:’t waterpassen en landmeten exit. Ik zocht meer avontuur, en wilde graag weten wat er achter de horizon schuil ging.

En of het volgende er ook mee te maken heeft gehad ??
Ik wil niet onvermeld laten dat m’n twee oudste broers, Lammert- en Klaas van Twillert , na de 2e oorlog twee jaar in Indie hebben gezeten. (Nu pas realiseer ik me,dat m’n ouders drie van hun kinderen, elk, twee jaar achtereen hebben moeten missen omdat ze in het Verre Oosten zaten).
Van eerder genoemde broer L. zijn 4 zoons, allen zeer nauw betrokken bij zeilvaart en scheepsbouw. En zo zie je maar weer , als je lang genoeg zoekt, vind je altijd wel een aantal aanknopingspunten .

Toch toeval?
In elk geval kwam ik een advertentie tegen van de Koninklijke Java China Pakketvaart Lijnen, oftewel de KJCPL en voor insiders de RIL.(foto)
Jaren later zou de KJCPL, (‘k ben nog steeds een beetje trots op die bijna onuitsprekelijke naam ) samen met nog een aantal Hollandse rederijen, opgaan in wat nu , anno 2006, te boek staat als de Nedlloyd. (Een dergelijk verhaal schrijven vergt veel tijd, zodanig veel, dat de Nedlloyd inmiddels, voorjaar 2006, is opgegaan in Maersk.)


< vorige volgende >


Bezoek ook Neoweb.nl het discussie forum over tal van technologische ontwikkelingen

(c) 1999-2007 Terra-IT.com. Alle rechten voorbehouden